Psalms

The Psalter is Israel’s hymnbook: lament, praise, thanksgiving, royal psalms, and wisdom. It trains the heart to speak to God in trouble and in joy, and it points ahead to the Messiah.

Author: David and others
Date: c. 1400–400 BC
Theme: Prayers and songs for every season of the life of faith.
Key verses: Psalm 23; Psalm 51; Psalm 119:105
Dutch 1917

Psalms 59

1Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Al-tascheth; toen Saul gezonden had, die zijn huis bewaren zouden, om hem te doden. (59:2) Red mij van mijn vijanden, o mijn God! stel mij in een hoog vertrek voor degenen, die tegen mij opstaan. 2(59:3) Red mij van de werkers der ongerechtigheid, en verlos mij van de mannen des bloeds. 3(59:4) Want zie, zij leggen mijner ziel lagen; sterken rotten zich tegen mij; zonder mijn overtreding, en zonder mijn zonde, o HEERE! 4(59:5) Zij lopen en bereiden zich zonder mijn misdaad; waak op mij tegemoet, en zie. 5(59:6) Ja, Gij HEERE, God der heirscharen, God Israels! ontwaak, om al deze heidenen te bezoeken; wees niemand van hen genadig, die trouwelooslijk ongerechtigheid bedrijven. Sela. 6(59:7) Tegen den avond keren zij weder, zij tieren als een hond, en zij gaan rondom de stad. 7(59:8) Zie, zij storten overvloediglijk uit met hun mond; zwaarden zijn op hun lippen; want wie hoort het? 8(59:9) Maar Gij, HEERE! zult hen belachen; Gij zult alle heidenen bespotten. 9(59:10) Tegen zijn sterkte zal ik op U wachten; want God is mijn Hoog Vertrek. 10(59:11) De God mijner goedertierenheid zal mij voorkomen; God zal mij op mijn verspieders doen zien. 11(59:12) Dood hen niet, opdat mijn volk het niet vergete; doe hen omzwerven door Uw macht, en werp hen neder, o Heere, ons Schild! 12(59:13) Om de zonde huns monds, om het woord hunner lippen; en laat hen gevangen worden in hun hoogmoed; en om den vloek, en om de leugen, die zij vertellen. 13(59:14) Verteer hen in grimmigheid; verteer hen, dat zij er niet zijn, en laat hen weten, dat God Heerser is in Jakob, ja, tot aan de einden der aarde. Sela. 14(59:15) Laat hen dan tegen den avond wederkeren, laat hen tieren als een hond, en rondom de stad gaan; 15(59:16) Laat hen zelfs omzwerven om spijs; en laat hen vernachten, al zijn zij niet verzadigd. 16(59:17) Maar ik zal Uw sterkte zingen, en des morgens Uw goedertierenheid vrolijk roemen, omdat Gij mij een Hoog Vertrek zijt geweest, en een Toevlucht ten dage, als mij bange was. 17(59:18) Van U, o mijn Sterkte! zal ik psalmzingen; want God is mijn Hoog Vertrek, de God mijner goedertierenheid.

De Heilige Schrift 1917. Public domain or openly licensed historic text.